Actueel > Boete van € 700.000 wegens overtreding het verbod van nevenwerkzaamheden niet gematigd

Een statutair bestuurder van een B.V. werd door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van boetes van € 450 per dag wegens voortdurende overtreding van het verbod van nevenwerkzaamheden sinds 2014. Omdat de statutair bestuurder geen inzicht had gegeven in zijn financiële positie en niet had aangevoerd dat toepassing van het boetebeding leidde tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat, werd die boete niet gematigd.

Bij een Nederlandse dochter van een beursgenoteerd Noors bedrijf in de offshore-industrie was sinds 2007 een werknemer werkzaam als statutair bestuurder en managing director. In zijn arbeidsovereenkomst was een geheimhoudingsbeding en een verbod van nevenwerkzaamheden opgenomen. Overtreding van beide bedingen werd bedreigd met een boete van € 4.500 per overtreding en € 450 per dag dat de overtreding voortduurt.

Aan de werknemer waren in 2014 aandeelopties toegekend. Ook had hij in 2015 een bonus van ruim € 85.000 ontvangen, waarvan de betaling in overleg met de werknemer eind 2016 was uitgesteld in verband met een reorganisatie die op dat moment gaande was.

Bij de controle van de jaarrekening van de werkgever over 2016 stuit de accountant op transacties van de B.V. met een buitenlandse vennootschap. De aandelen van deze B.V. worden gehouden door een B.V., waarvan de werknemer (naar ook bij de werkgever bekend was) enig aandeelhouder en bestuurder is. Die buitenlandse vennootschap blijkt in 2015 van de werkgever commissiebetalingen te hebben ontvangen voor bijna $ 1.700.000. Bovendien blijken in 2017 zes facturen aan de werkgever te zijn verzonden voor in totaal $ 975.000 wegens “consultancy en strategisch advies”. Als gevolg daarvan onthoudt de accountant zich van een goedkeurende verklaring van de jaarrekening.

Als de werkgever vraagt om toelichting en een gesprek over de toekomst van de werknemer binnen het bedrijf, meldt de werknemer zich ziek. De verstrekking van de gevraagde informatie wordt geweigerd. De werkgever laat vervolgens een onderzoek instellen en gaat tot beslaglegging over. De arbeidsovereenkomst wordt door de werkgever per 31 december 2017 opgezegd. Als de werknemer betaling vordert van de bonus en de aandeelopties, stelt de werkgever een tegeneis in waarin een bedrag van ruim € 700.000 wordt gevorderd aan boetes wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding en het verbod van nevenwerkzaamheden. Als de werknemer beweert dat de werkgever op de hoogte was van zijn betrokkenheid bij de werkzaamheden van de buitenlandse vennootschap, krijgt hij daarvan door de kantonrechter de bewijslast opgedragen.

Ondanks getuigenverhoren en het overleggen van schriftelijke verklaringen acht de kantonrechter hem echter niet in dit bewijs geslaagd. De kantonrechter stelt vast dat de buitenlandse vennootschap van de werknemer concurrentiegevoelige informatie heeft ontvangen en dat als gevolg daarvan door de buitenlandse vennootschap een langdurige overeenkomst voor bemiddeling is gesloten met een klant van de werkgever. De werknemer heeft daarom volgens de kantonrechter met twee petten op gewerkt en heeft zijn werkgever middels de buitenlandse vennootschap actief beconcurreerd met concurrentiegevoelige informatie van de werkgever. De werkgever heeft zich er daarom terecht op beroepen dat zij de aandeelopties en de bonus niet aan de werknemer zou hebben toegekend als zij dit geweten zou hebben en heeft de overeenkomsten ter zake terecht vernietigd wegens dwaling. De boetes zijn volgens de kantonrechter terecht door de werknemer verbeurd aangezien de werknemer vanaf 2014 het verbod van nevenwerkzaamheden voortdurend heeft overtreden. Ook is het geheimhoudingsbeding een aantal malen overtreden. Een beroep van de werknemer op matiging van deze boete wordt door de kantonrechter van de hand gewezen omdat de statutair bestuurder geen inzicht had gegeven in zijn financiële positie en ook niet had aangevoerd dat toepassing van het boetebeding leidde tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat. De werknemer wordt door de kantonrechter ook nog veroordeeld om aan de werkgever een bedrag van bijna € 60.000 te vergoeden wegens de kosten van het onderzoek dat de werkgever had laten uitvoeren door een onderzoeksbureau om de schade vast te stellen.

Bovenstaand artikel is geplaatst onder verantwoordelijkheid van Kantoor Mr. van Zijl advocaten te Tilburg.