Actueel > Geen recht op loon vanwege bedrog en misleiding door werknemer

Omdat de kantonrechter oordeelde dat de werknemer zich niet had bezig gehouden met het verrichten van de bedongen arbeid maar uitsluitend met activiteiten om de werkgever te bedriegen, had de werknemer geen recht op loon. De werknemer moet daardoor het onverschuldigd betaalde loon aan de werkgever terugbetalen.

Bij een bedrijf dat zich bezighoudt met de koop en verkoop van percelen grond, was in februari 2019 een accountmanager in dienst getreden tegen een salaris van € 2.400 bruto per maand. De taak van de accountmanager was om potentiële cliënten te benaderen voor vastgoedprojecten. In maart 2019 laat de werknemer weten dat hij mogelijke investeerders heeft gevonden voor een omvangrijk vastgoedproject met een waarde van 5 tot 50 miljoen euro: één van de rijkste families van India en een groot vastgoedbedrijf in Dubai. Vanaf half maart 2019 wordt de werknemer vrijgesteld van andere werkzaamheden om zich toe te leggen op deze twee investeerders. De werknemer onderneemt meerdere reizen naar India en Dubai voor gesprekken met deze investeerders. Als een bestuurder van de werkgever meereist, lukt het echter niet om de investeerders te spreken. Volgens de werknemer zouden de investeerders alleen met hem willen spreken. De werknemer overlegt vervolgens een getekende overeenkomst met de investeerder uit Dubai voor een bedrag van 30 miljoen euro. Later volgt zelfs een nieuwe overeenkomst voor een bedrag van 112 miljoen euro. In een e-mailbericht geeft de investeerder aan bovendien in de komende jaren nog ruim 300 miljoen euro te kunnen investeren. Per e-mail toegezegde betalingen van respectievelijk 17, 33 en 34 miljoen euro blijven echter achterwege. De werkgever krijgt argwaan en laat onderzoek doen. Daaruit blijkt dat e-mailberichten van de Indiase investeerder vanuit Nederland zijn verzonden en dat de domeinnamen van de e-mailadressen van de investeerders niet bestaan. Als de werknemer daarvoor geen goede verklaring kan geven, wordt hij op staande voet ontslagen. Onderzoek door een recherchebureau toont aan dat alle communicatie door de werknemer is vervalst.

De werkgever laat het niet bij het ontslag op staande voet zitten. Bij de kantonrechter wordt een aantal vorderingen tegen de werknemer ingesteld. De werknemer verweert zich daarbij door te stellen dat hij zou hebben gehandeld in opdracht van één van de bestuurders, maar de werknemer heeft daarvan geen enkel bewijs en de kantonrechter acht dat volstrekt ongeloofwaardig. De kantonrechter concludeert dat de werknemer zijn werkgever op ernstige wijze heeft bedrogen en misleid en dat hij daarmee is doorgegaan tot in de procedure bij de kantonrechter. Dat levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. De werknemer is daardoor aan de werkgever een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd wegens het voortijdig eindigen van de arbeidsovereenkomst. Die schadevergoeding is gelijk aan het loon over de periode tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou eindigen. Omdat de duur van de arbeidsovereenkomst enkele dagen na het ontslag op staande voet zou verstrijken, gaat het maar om een bedrag van ruim € 400. Maar de werknemer moet van de kantonrechter ook een bedrag van € 10.800 aan loon terugbetalen, omdat de werknemer vanaf medio maart 2019 de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht. Vanaf toen had hij alleen moeten werken aan de twee investeerders en in plaats daarvan heeft hij alleen gewerkt aan bedrog. Verder moet de werknemer schadevergoeding aan de werkgever betalen, aangezien sprake is geweest van schade die het gevolg is van opzet. Een bedrag van ruim € 28.000 wegens reis- en verblijfkosten wordt toegewezen. Een gevorderd bedrag aan gederfde winst van ruim € 136.000 wordt afgewezen omdat het onvoldoende is onderbouwd, maar een door de kantonrechter geschat bedrag van € 45.000 (300 uur x € 150 per uur) aan verspilde tijd van de bestuurders wordt wel toegewezen. Een verzoek van de werknemer tot matiging van deze schadevergoeding, gebaseerd op het feit dat hij anders in ernstige betalingsproblemen zou raken, wordt afgewezen. Verder moet de werknemer de kosten van het recherchebureau en de kosten van gelegd beslag vergoeden. Omdat de werknemer in het ongelijk gesteld wordt, veroordeelt de kantonrechter hem ook in de kosten van de procedure. Normaliter zou dat een vast bedrag zijn van € 1.080, maar omdat sprake is van misbruik van procesrecht (onhoudbare stellingen zonder enige steun in de processtukken) moet de werknemer de werkelijk gemaakte kosten van de advocaat van de werkgever vergoeden.

Bovenstaand artikel is geplaatst onder verantwoordelijkheid van Kantoor Mr. van Zijl advocaten te Tilburg.